woensdag 3 oktober 2012

Natuur Paddestoelen Porseleinzwam


Met het mooie licht op deze paddestoel wordt je gegrepen door de schoonheid van een boom vol porseleinzwammen. Je staat verbaasd en als ergens geldt dat schoonheid in het detail zit, is dat bij de porseleinzwam.

De hoed is drie tot acht cm. breed en bij jonge exemplaren vaak grijs, zeer dunvlezig; hoed met dikke slijmlaag bedekt; lam, wit, vrij dik, ver uiteen, uitgebocht tot breed aangehecht. De steel is wit, met manchetachtig  aanliggende, van boven overlangs gevoorde ring, nabij de basis vaak vrij donker olijfgrijs geschubd, kleverig.

De porseleinzwam komt voor in de periode augustus-november. Een vrij algemene paddestoel die vrijwel alleen voor komt op beuken.

zaterdag 29 september 2012

Natuur Vogels Torenvalk



De rug van de torenvalk is roodbruin van kleur en bedekt met een donkere tekening. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden door de grijze kop en de grijze staart. Op de staart van het vrouwtje bevinden zich donkere dwarsbanden, maar de staart van beide geslachten is voorzien van een zwarte eindband.

In de vlucht valt de torenvalk vooral op door de korte, spitse vleugels en de lange rechte staart. Ook hangt de vogel vaak biddend in de lucht, waarbij door een gespreide staart en het klapwieken van de vleugels dezelfde positie aangehouden wordt. Door stil in de lucht te hangen kan de vogel bewegingen op de grond gemakkelijker opsporen, waarna de prooi zoals muizen vanuit een stootduik gevangen wordt.

Het nest wordt vaak gebouwd op de restanten van een oud nest van bijvoorbeeld duiven of andere roofvogels. Tegenwoordig broedt de torenvalk ook op richels van gebouwen in steden.

(bron: vogelvisie)

Natuur Vogels Knobbelzwanen - Vissende zwaan?


Deze knobbelzwaan, dobberend in de Ooldergreenderplas nabij Roermond, lijkt alle tijd te nemen om de dobber onder te zien gaan of heeft de zwaan iets anders in zijn bek?

Alles over de knobbelzwaan: klik hier

donderdag 27 september 2012

Natuur Dieren Eekhoorn



 De eekhoorn, rode eekhoorn of gewone eekhoorn (Sciurus vulgaris) is de in Europa meest voorkomende eekhoorn.
De eekhoorn is 18 tot 24 centimeter lang en 250 tot 350 gram zwaar. De borstelige pluimstaart is van 14 tot 20 centimeter lang. Het is een omnivoor, die tot de knaagdieren behoort.
Anders dan de naam doet vermoeden, kan de kleur variëren van zwart tot gelig, met allerlei tinten rood en bruin daartussen. Melanisme komt voor, maar de mate waarin individuen melanistisch zijn verschilt per regio. Gewoonlijk zijn de dieren roodbruin met een witte buikzijde, 's winters meer grijzig donkerbruin. De kleur wordt ook grijsachtiger naarmate de eekhoorn ouder wordt. De oorpluimen vallen vooral in de winter op. Een eekhoorn kan de haren op de pluimstaart opzetten.

Met zijn lange, gekromde klauwen kan hij makkelijk in bomen klimmen en van tak naar tak springen. Tijdens een sprong spreidt hij zijn ledematen, waarbij de losse huid op de flanken het dier helpt in de lucht te blijven. De pluimstaart dient als roer, waarmee hij zijn sprong kan sturen. Ook kan hij goed zwemmen. De lange staart, de elegante wijze van voortbewegen en de pluimpjes op de oren geven hem een hoge aaibaarheidsfactor.

De eekhoorn voedt zich met name met plantaardig materiaal als noten en zaden van sparren en pijnbomen. Verder eten ze knoppen, paddenstoelen, stukken boomschors, en soms dierlijk materiaal, als insecten, eieren en zelfs jonge vogels.

woensdag 26 september 2012

Natuur Insecten Wantsen Groene stinkwants



Tijdens het bramen plukken kwamen we deze groene insect tegen welke een groene stinkwants blijkt te zijn.



De groene stinkwants is een planteneter die zijn steeksnuit in de groene delen van planten prikt en de sappen opzuigt. De naam stinkwants, slaat op de smerig ruikende substantie die uit klieren aan de zijkant van het borststuk worden afgescheiden ter verdediging. De groene stinkwants heeft net als alle schildwantsen de vorm van een (wapen)schild. De soort wordt 12-14 mm en de sexen zijn identiek. Wantsen en ook bv sprinkhanen kennen een onvolledige gedaanteverwisseling waarbij de onvolwassen dieren (nymfen) vleugelloos zijn maar al op de ouderdieren lijken. Andere insecten, zoals vliegen kennen een volledige gedaanteverwisseling met een wormachtige larve, die na de laatste vervelling een popstadium krijgt waarna ze in één keer veranderen naar het volwassen insect. De nimf van de groene stinkwants doorloopt 5 stadia, met telkens een vervelling ertussen. Opmerkelijk is dat ieder nimfstadium een eigen bouw maar ook kleurpatroon heeft (zie foto). Bij de paring lopen de identiek uitziende partners met de achterlijven tegen elkaar een tijdje rond. Bij de meeste andere insecten klimt het mannetje op het vrouwtje en is zo te herkennen. De groene stinkwants produceert ongeveer 100 eitjes.


De stinkwants leeft van plantensappen die met de steeksnuit worden opgezogen. Hierdoor wordt schade aangericht aan gewassen en bovendien krijgen de planten een typische 'wantsengeur'. De groene stinkwants kan van kleur veranderen. Vlak voor de winterslaap kleurt de wants bruin om in de lente weer groen te worden. Met hun normale groene kleur zouden ze te veel opvallen in de scheuren in bomen waar ze overwinteren

Natuur Paddestoelen Groene knolamaniet 'death angel'



De groene knolamaniet (Amanita phalloides) is één van de giftigste paddestoelen ter wereld. De bijnaam voor deze paddenstoel is 'death angel' of 'death cap'.
Jonge exemplaren zijn geheel door een eiachtige, vlezige beurs omgeven. De hoed is eerst klokvormig en spreidt zich tot een breedte van 6-12 cm uit. De hoedkleur varieert van olijfgroen via geelachtig tot wit. De lamellen zijn wit, vaak met groene weerschijn. Deze kleur is een belangrijk kenmerk ter onderscheiding van champignonsoorten, waarmee de knolamanieten vaak verwisseld worden. De steel is slank, wit of groenachtig gebandeerd, en draagt bovenaan een vlezige, afhangende ring (manchet). De knolvormige steelvoet ontspringt uit een vlezige, witte schede, die bij champignons nooit voorkomt.
Men vindt de groene knolamaniet meestal in loofbossen en dan vooral onder eiken, beuken, hazelaars en kastanjebomen. De paddenstoel komt voornamelijk voor van juli tot oktober.

Een kleine hoeveelheid - 30-50 gram - van deze paddenstoel kan dodelijk zijn door vergiftiging van de lever. De eerste symptomen zijn vaak buitengewoon hevige buikpijn (darmkrampen), braken en diarree. Deze treden acht tot twaalf uur na consumptie op, te laat om nog met uitpompen van de maag in te grijpen, maar het is niet ongewoon dat pas 24 uur na het eten van de paddenstoel de gevolgen zichtbaar worden. De diarree en maagkrampen verdwijnen na een tijdje weer. Periodes van ziek zijn wisselen af met periodes van zich beter voelen. Toch gaat de toestand langzaam achteruit en na enkele dagen verschijnen de symptomen van een leveraandoening. Na vier tot vijf dagen heeft het toxine de lever en de nieren ernstig beschadigd. Omdat de ziekteverschijnselen in eerste instantie nogal algemeen zijn, komt het voor dat patiënten zich relatief laat richting ziekenhuis begeven, waarna zelfs levertransplantatie geen soelaas meer kan bieden.

Het voor de dodelijke gevolgen verantwoordelijke mycotoxine van de groene knolamaniet is alfa-amanitine, dat de werking van een bepaalde RNA-polymerase blokkeert, maar daarnaast bevat de paddenstoel nog zeven andere toxinen.

Ongeveer 15% van de slachtoffers sterft binnen tien dagen na het eten van de paddenstoel. Degenen die het overleven herstellen nooit meer volledig. Twee gevallen na het eten van soep met zelfgeplukte groene knolamaniet worden beschreven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2007). Tot het midden van de 20ste eeuw lag het sterftecijfer na consumptie van de groene knolamaniet rond de 70%, door verbeterde behandelmethodes (waaronder levertransplantatie) is dit sterftecijfer teruggebracht naar 22,4%. Bij kinderen leidt het eten van deze paddenstoel in 51% van de gevallen tot de dood.
Ondanks verbeterde behandelmethodes sterven er in Nederland nog steeds mensen als gevolg van het eten van groene knolamaniet.

(bron: wikipedia)

dinsdag 25 september 2012

Natuur Vogels Koolmees



De koolmees is één van de meest voorkomende en meest opvallende vogels die in Nederland voorkomen. De rug van de koolmees is geel-groen van kleur en de onderzijde is geel met een zwarte middenstreep. De kop van deze vogel is zwart met een grote witte wangvlek. De stuit en de staart zijn blauw met wit van kleur en over de vleugel loopt een witte streep. De vogel is dan ook één van de bekendste Nederlandse vogels, mede omdat de vogel niet schuw is en in de winter regelmatig op voedertafels aan te treffen is. Het mannetje is van het vrouwtje te onderscheiden doordat de zwarte streep op de buik veel breder is. De zang van de koolmees is erg variabel, maar vaak is een herkenbaar titituu of tituu te horen.

De koolmees is een holenbroeder en broedt onder andere in boomholten en nestkasten. Vanwege de korte levensduur van de koolmees worden er per broedsel veel eieren gelegd. Hoewel in sommige jaren met meerdere broedsels begonnen wordt, brengt de koolmees ieder jaar slechts één nest jongen groot. Koolmezen laten soms een nest met eieren of zelfs jonge vogels in de steek, om onder betere omstandigheden op een andere plek opnieuw te beginnen.

(bron: vogelvisie)
 

zondag 23 september 2012

Natuur Insecten Vlinders Bont zandoogje



De vlinder bont zandoogje, (Pararge aegeria)  neemt de laatste jaren zowel in aantal als in verspreidingsgebied sterk toe.  Het bont zandoogje behoort tot de familie aurelia’s (Nymphalidae)

Voorvleugellengte: 19-22 mm. De bovenkant van de voorvleugel is donkerbruin met een geeloranje vlekkenpatroon en een witgekernde zwarte oogvlek. Op de bovenkant van de achtervleugel bevinden zich drie of vier witgekernde zwarte oogvlekken.
Een algemene standvlinder die zich in de twintigste eeuw sterk uitgebreid heeft. Het bont zandoogje komt tegenwoordig verspreid over het hele land voor, maar wordt slechts weinig waargenomen in Drenthe, delen van de Achterhoek, de Betuwe, het westen van Friesland en de provincies Noord- en Zuid-Holland.
Vooral bosranden en open bossen; ook tuinen en parken in een bosrijke omgeving.
Diverse grassen waaronder kweek, kropaar, witbol, boskortsteel en reuzenzwenkgras.
Eind maart-eind oktober in drie overlappende generaties. De mannetjes gedragen zich opvallend territoriaal. De vlinders voeden zich met honingdauw, sap van vruchten en bloedende bomen en met nectar van onder andere braam.
Rups: half mei-half september. De groeisnelheid van de rupsen verschilt onderling aanzienlijk; sommige rupsen groeien wel drie keer zo snel als andere. De soort overwintert gewoonlijk als pop, maar een gedeelte van de rupsen die na half augstus uit het ei komen, gaat als rups de winter in.

(bron: vlindernet)